En daar zit ik dan, op mijn werk achter mijn bureau. Het zonlicht van februari is fel en valt vol op mijn bureau. Met dicht geknepen ogen absorbeer ik de warmte en staar ik naar buiten. Heerlijk! Ik heb net geluncht en ben vervolgens onder het mom van een loopje in de frisse lucht samen met mijn kamergenoot even naar de Etos gewandeld.
Om zo'n wandeling toch een doel te geven heb ik me laten verlijden tot het kopen van een grote zak schepsnoep, die nu naast me op mijn bureau ligt. Uit zelfbescherming besloot ik in eerste instantie om die zak snoep uit het zicht in mijn la te leggen, maar toen ik steeds maar weer die la opentrok om er een snoepie uit te pakken, merkte mijn kamergenoot geïrriteerd op dat het weinig zin had om die zak te verstoppen.
Dus nu ligt hij op mijn bureau. En ik moet eerlijk zeggen, hij ligt daar zo lekker te liggen, het liefst zou ik er gewoon even naast gaan liggen. Gewoon, vijf minuutjes maar. Even opgekruld op mijn bureau met de oogjes dicht. Even bijkomen van de lunch. Niet dat ik nou zoveel gegeten heb, maar toch. Die after lunchdip, hij slaat harder toe dan verwacht. En eigenlijk merk ik dat ik stiekem al heb besloten om er gewoon even aan toe te geven. Om er niet tegen te vechten. Want oh, wat is dat toch fijn! Even je ogen dicht en de wereld aan je voorbij laten gaan. Om vervolgens na vijf minuten te ontwaken met kramp in je handen door het ondersteunen van je hoofd en het gevoel te hebben dat je uren bent weg geweest. Heerlijk!
Ik weet nog heel goed, toen ik studeerde had ik na de lunch in de bieb ook zo vaak last van een after lunchdip dat ik uit ervaring wist dat ertegen vechten geen zin had. Hoeveel koffie ik ook dronk. Ik zat in zo'n cubicle met schotten aan drie kanten zonder uitzicht waardoor ik, als ik zou willen, ongestoord een tukkie zou kunnen draaien. Niemand zou mij zien, zo leek het. En degene die mij wel zouden zien, zou het geen barst interesseren. Dus gaf ik me keer op keer weer gewonnen en werd dan na een tijdje wakker met de afdruk van een boek of een pen op mijn wang. Nou eerst maar weer even een koffie met m'n studiegenootjes, daarna ging ik dan wel weer aan de slag, zo nam ik me voor. Bij het koffieapparaat kon ik dan precies zien wie er ook even een uiltje hadden geknapt en samen deelden we een onuitgesproken afkeer tegen die anderen die alweer een hoofdstuk af hadden. Zij waren wel het gevecht met de lunchdip aangegegaan en ze hadden hem gewonnen. Wat een discipline. Maar oh wat had ik genoten van mijn slaapje met mijn hoofd op mijn boek.
Intussen heb mijn bureau in de plaatselijke bieb ingeruild voor een bureau in een advocatenkantoor. Maar toch moet ik nog steeds in gevecht met die lunchdip. Hij overvalt me nog met enige regelmaat en altijd op een onverwacht moment. Ook nu weer. En hoewel ik nu het liefst even mijn hoofd op mijn boek te rusten zou leggen, zijn er twee dingen die me hier op dit moment van weerhouden: mijn uitzicht en mijn kamergenoot.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten