11 april 2011

Heb ik de boot gemist?

Oh wat was het toch mooi weer vandaag. Had ik maar een dag vrij genomen! Dan was ik lekker op een terras gaan zitten, met een boekje om dan van achter mijn boekje al mijn terrasgenoten stiekem te bespieden, heerlijk! Ik kreeg net een mailtje van een vriendin. Zij heeft vanuit haar kantoor zicht op een tennisbaan en liet weten dat deze al uren druk bezocht wordt. Hoe relaxed is dat? Gewoon even een balletje slaan in het zonnetje op een zonnige maandagmiddag? Terwijl de rest van de Zuidas aan het werk is. Dat is toch heerlijk! Als je kunt tennissen tenminste.

Toch vraag ik af wie daar dan staan op die tennisbaan. Moeten die mensen niet ook gewoon werken? Ik bedoel, als je geen baan hebt, wat doe je dan in godsnaam op (de tennisbaan van) de Zuidas? En als je wel een baan hebt, wat voor baan is dat dan? Welke baan geeft je de gelegenheid om midden op de dag, de eerste van de week, gewoon even een potje te gaan tennissen? Mijn baan in ieder geval niet. Wat voor werk doen deze mensen?

Ik vraag me dat ook wel eens af als ik op een doordeweeksedag door de stad loop. Op die blauwe maandag, zo eens per jaar. Die dag waarop je vrij genomen hebt om allerlei dingen te regelen die persé door de weeks moeten. Een dag waarop je dankzij een enorm strakke planning nog net even tijd hebt voor een bezoekje aan de Kalverstraat. Als je daar loopt, is het er stervens druk. Je kunt er over de hoofden lopen. En het zijn niet alleen de hoofden van toeristen of van werkende moeders op hun parttime dag. En ook niet alleen de hoofden van scholieren of studenten. Maar het kan toch niet waar zijn dat al die mensen die er niet uitzien als scholier, student, toerist of werkende moeder, allemaal net als ik een dag vrij genomen hebben? Als dat zo zou zijn, dan zou half Amsterdam op dat moment plat liggen.  Of zouden sommige van die Kalverstraat bezoekers gewoon een baan hebben met andere werktijden? Waardoor ze niet een dag vrij hoeven te nemen om even door de stad te kunnen lopen. Zou kunnen.

Ook als ik op de crèche kom, vraag ik me wel eens af wat al die ouders van die kinderen toch voor werk doen. De crèche waar mijn kinderen naar toe gaan, is van half 8 's ochtends tot half zeven 's avonds open. Meestal ben ik vroeg en dus één van de eerste. Maar toen ik tijdens mijn zwangerschapsverlof een paar keer op mijn dooie gemakje om half tien 's ochtends mijn zoontje kwam brengen, bleek ik nog steeds één van de eerste te zijn. En toen ik hem vervolgens zo tegen vijven weer kwam halen, was de helft van de kinderen alweer verdwenen. Opgehaald door papa of mama. Ik was hier zo verbaasd over, dat ik bij gebrek aan andere hobby's op dat moment, besloot er een tijdelijke studie van te maken.

Wat mij opviel, was dat er niet echt een duidelijk patroon in aan te brengen was door wie die kinderen nou gehaald of gebracht werden. Bij ons is het duidelijk. Ik breng, want ik ben vaak laat thuis en mijn vriend haalt, want hij is vaak vroeg weg. Maar hoe kun je nou om half tien je kind bij de crèche afleveren en hem om vijf uur alweer komen halen? Wie heeft er nou een baan van tien tot half vijf? Ik bedoel, we kunnen toch niet allemaal bij de gemeente werken? En zelfs al zou ik bij de gemeente werken, dan zou ik volgens mij pas om half vijf naar huis kunnen als ik 's ochtends op een normaal tijdstip zou beginnen met werken. Lees: vóór half tien. Als je niet zou werken, vroeg ik me af, waarom zou je dan je kind naar de crèche brengen? Dus ik neem aan dat deze vaders en moeders toch wel een baan hebben. Maar wat voor baan dat heeft mijn onderzoek vooralsnog niet kunnen achterhalen.

Als ik naar de auto's kijk waarmee deze kinderen gehaald en gebracht worden, krijg ik in ieder geval niet bepaald de indruk dat de ouders in kwestie om geld verlegen zitten. Heb ik destijds dan toch voor het verkeerde vak gekozen? Of heb ik ergens de boot gemist? Ik begin het bijna te denken. Mijn werkdag begint rond half negen 's ochtends en is zo rond zeven uur 's avonds afgelopen. Ik heb geen tijd om overdag te tennissen en mijn vrije dagen besteed ik over het algemeen aan vakanties. Ik ben alles behalve loaded maar mijn salaris is prima. Toch er moet weldegelijk gewerkt worden. Maar goed, als ik een dag niet zou hoeven werken zou ik trouwens ook niet op de tennisbaan van de Zuidas te vinden zijn. En ook niet in de Kalverstraat. Hooguit op een terras in het zonnetje met een boekje, als mijn strakke planning dat toe zou laten.

6 april 2011

Secretaressedag of Dag secretaresse?

Gisteren werd ik er door een collega aan herinnerd dat het weer bijna 'secretaressedag' is. Hij stelde voor om, net als vorig jaar, een mooie bos bloemen en een theaterbon of iets in die trend voor haar te regelen. Op secretaressedag kun je immers, als je een secretaresse hebt, nou eenmaal niet verstek laten gaan. Eens, helemaal mee eens. Mits, en dat is in mijn geval niet geheel onbelangrijk, je via deze attentie aan je secretaresse wilt laten weten hoe blij je met haar bent. Een nogal relevant vereiste.

Eigenlijk vind ik die hele secretaressedag maar commerciële onzin. Niet dat ik vind dat het overdreven is om je secretaresse een bedankje te geven voor al haar goede inzet van het afgelopen jaar. Nee, daar ben ik een grote voorstander van. Maar om daar nou een speciale dag voor in het leven te roepen, vind ik een beetje onzin. Als je blij bent met de inzet die iemand toont en het werk dat iemand voor je doet, zou je dit naar mijn mening met regelmaat moeten laten blijken met een welgemeende 'Dankjewel voor je moeite!' of een 'Wat fijn dat je dit zo snel en goed voor me geregeld hebt!' of een 'Op jou kan ik bouwen!' - opmerking. Ik weet niet of het wetenschappelijk is bewezen - het zou me niet verbazen aangezien tegenwoordig overal wetenschappelijk bewijs aan ten grondslag ligt - maar ik ben er van overtuigd dat degene aan wie je op deze manier regelmatig je blijk van waardering geeft, stralend voor je door de gang rent. Want wie wordt er nou niet blij en gelukkig van het gevoel nuttig te zijn en gewaardeerd te worden? Daar is toch ieder mens gevoelig voor?

Ik zelf ben vrij goed in het geven van complimentjes, althans dat denk ik. Ik weet immers wat een schouderklopje met me doet. Ik word er blij van, haal er voldoening uit en het motiveert me zodanig dat ik zonder enige moeite bereid ben om (tijdelijk) mijn sociale leven opzij te schuiven als mijn werk dat van mij verlangt. Een regelmatig en welgemeend schouderklopje haalt naar mijn idee dus het beste in een werknemer naar boven. Dus als jij het beste in bijvoorbeeld jouw secretaresse naar boven wilt halen, bereik je naar mijn idee meer met een regelmatig schouderklopje dan met een jaarlijkse op het laatste moment bestelde bos bloemen. Maar kennelijk is schouderklopjes geven in mijn werkomgeving een redelijk onbekend fenomeen. Hoe sociaal vaardig sommige collega's van mij ook zijn, het merendeel heeft geen oog voor het effect van deze mooie tool.

Maar goed, de secretaressedag nadert en ik zit opgescheept met al mijn welgemeende schouderklopjes. Gelukkig zijn er voldoende collega's bij mij op kantoor bij wie ik ze kwijt kan, want mijn eigen secretaresse behoort nou net niet tot die categorie. Samen met een aantal andere collega's vraag ik me wel eens af waarom zij uberhaupt nog bij ons op kantoor rondloopt. Ze zit de hele dag allerlei niet werkgerelateerde websites te bekijken en als haar vriendelijk gevraagd wordt of ze misschien tijd heeft om iets te doen, begint ze zo hard te zuchten dat ik af en toe bang ben dat ze erin blijft hangen. Ze luncht achter haar bureau zodat ze (naar eigen zeggen) een uur eerder naar huis kan, maar als je vraagt of ze tussen het schillen van haar appel door met spoed een dossier kan opzoeken, zegt ze dat ze geen tijd heeft. Ze is immers aan het lunchen. Alles aan haar laat zien dat ze haar werk vreselijk vindt en dat ze zo snel mogelijk weer naar huis wil.

Met het oog op de naderende secretaressedag begin ik me zo langzamerhand af te vragen of ik niet gewoon eens bij mijn baas binnen moet lopen om subtiel voor te stellen haar de laan uit te sturen. Dit is dan wel geen schouderklopje maar het zou me niet verbazen als ze hierdoor zodanig uit een lijden verlost zou worden, dat ze het uiteindelijk misschien wel als zodanig zal ervaren. Wie weet. Op die manier zou de secretaressedag ook voor mijn secretaresse dan nog iets opleveren. Dag secretaresse!